Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 6. Misdrijven tegen het vermogenHoofdstuk 1. Misdrijven met betrekking tot de onrechtmatige toe-eigening van goederenAfdeling 1. Diefstal en afpersingOnderafdeling 1. Definities

Art. 464. Afpersing

Afpersing is het opzettelijk met behulp van geweld of bedreiging verkrijgen van hetzij een goed, hetzij een ongeoorloofd voordeel.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 470 waarschijnlijk · 65%
De omschrijving dat het opzettelijk met geweld of bedreiging verkrijgen van een goed of voordeel wordt gestraft als diefstal met geweld, komt overeen met de nieuwe definitie van afpersing in art. 464; het bijhorende strafartikel (art. 468) zit niet bij de kandidaten.

Met de straffen, bij het artikel 468 bedoeld, wordt gestraft alsof hij een diefstal met geweld of bedreiging had gepleegd, hij die opzettelijk met behulp van geweld of bedreiging hetzij een goed, hetzij een ongeoorloofd voordeel verkrijgt.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-464

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 463Art. 465