Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 8. Misdrijven tegen de Staat en zijn functionerenHoofdstuk 2. Misdrijven tegen de landsverdediging en de essentiële belangen van BelgiëAfdeling 3. Militaire collaboratie

Art. 570. Vergemakkelijken van de opmars van de vijand niveau 8

Het vergemakkelijken van de opmars van de vijand is het opzettelijk voor de vijand vergemakkelijken van het betreden van het grondgebied van het Rijk, alsook het aan hem overleveren van steden, vestingen, plaatsen, posten, havens, magazijnen, arsenalen, schepen of vaartuigen, die aan België of een bondgenoot toebehoren.

Dit misdrijf, alsook de poging daartoe, wordt bestraft met een straf van niveau 8.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 115 zeker · 80%
De verschillende gedragingen (opmars van de vijand vergemakkelijken, mankracht/goederen verschaffen, trouw aan de Staat doen wankelen) zijn elk in een apart artikel (570, 571, 574) overgenomen, met niveau 8/8/6 in plaats van de oude levenslange hechtenis.

§ 1. (Met (levenslange hechtenis) wordt gestraft :

Hij die het betreden van het grondgebied van het Rijk voor de vijanden van de Staat vergemakkelijkt;

Hij die hun steden, vestingen, plaatsen, posten, havens, magazijnen, arsenalen, schepen of vaartuigen, die aan België toebehoren, overlevert;

Hij die hen helpt door het verschaffen van soldaten, manschappen, geld, levensmiddelen, wapens of munitie;

Hij die de voortgang van hun wapens op het grondgebied van het Rijk of tegen de Belgische strijdkrachten te land of ter zee bevordert, door officieren, soldaten, matrozen of andere burgers in hun trouw aan de Koning en de Staat te doen wankelen.

In de voormelde gevallen wordt de strafbare poging gelijkgesteld met de misdaad zelf.

De samenspanning die een van deze misdaden ten doel heeft, wordt gestraft met (hechtenis van twintig jaar tot dertig jaar), indien er een daad op gevolgd is om de uitvoering ervan voor te bereiden, en met hechtenis van vijf jaar tot tien jaar in het tegenovergestelde geval.)

§ 2. (De bepaling van § 1, vierde lid, is op hem die in het door de vijand bezette grondgebied verblijft, alleen dan toepasselijk :

1° Indien hij, hetzij rechtstreeks, hetzij door een tussenpersoon of als tussenpersoon, de vijanden van de Staat helpt door het verschaffen van soldaten, manschappen, geld, levensmiddelen bestemd voor de ravitaillering van de vijand, oorlogsmateriaal voor aanval of verdediging, eigenlijke oorlogsmunitie, onderdelen bestemd voor de vervaardiging van dat materiaal of van die munitie, kleding- of uitrustingsstukken waarvan hij weet dat zij voor militair gebruik bestemd zijn, of indien hij te hunnen behoeve een onderneming van werken tot het aanleggen, inrichten of camoufleren van versterkingen, vliegvelden of alle andere voor militaire doeleinden bestemde bouwwerken of installaties opricht of leidt;

2° Indien hij hun, hetzij rechtstreeks, hetzij door een tussenpersoon of als tussenpersoon, grondstoffen, materialen of produkten verschaft, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn voor de vervaardiging van dat oorlogsmateriaal, van die munitie of van die kleding- of uitrustingsstukken of voor de uitvoering van die werken, tenzij hij bij deze leveringen alle te zijner beschikking staande middelen heeft aangewend om zich tegen het uitvoeren van de bestellingen van de vijanden van de Staat te verzetten;

3° Indien hij hun, hetzij rechtstreeks, hetzij door een tussenpersoon of als tussenpersoon, grondstoffen of bewerkte stoffen, produkten, levensmiddelen of dieren verschaft, wanneer die levering is geschied ingevolge aanzoeken of stappen gedaan bij hen of bij tussenpersonen die voor hun rekening handelen, of wanneer zij de oprichting, de verbouwing of de vergroting van de onderneming of de wijziging van de aard of van de bedrijfsmethoden daarvan heeft nodig gemaakt, of wanneer de produktie op een abnormaal peil is gehouden of tot dat peil is opgevoerd om hun bestellingen te kunnen uitvoeren, of wanneer de leverancier hun hulp heeft ingeroepen om sociale geschillen te beslechten of diensten van tegensabotage heeft ingericht;

4° Indien hij zijn werkzaamheid te hunnen dienste stelt om voor hun rekening de grondstoffen, bewerkte stoffen, produkten, levensmiddelen of dieren, onder 1°, 2° en 3° hierboven bedoeld, te verzamelen.) <B 25-05-1945, art. 1>

Oud art. 120quater waarschijnlijk · 60%
De algemene gelijkstelling van de poging met het voltooide misdrijf verdwijnt als aparte bepaling; het nieuwe wetboek schrijft de poging telkens in de delictsomschrijving zelf in, zoals bij het vergemakkelijken van de opmars van de vijand, het verschaffen van mankracht of goederen aan de vijand en het aan het wankelen brengen van de trouw aan de Staat. Waar die vermelding ontbreekt, geldt de gewone regel van artikel 9 met een straf van één niveau lager.

De poging tot een van de misdrijven in de artikelen 116, 118, 119, 119/1, 119/2, 120 tot 120ter omschreven, wordt beschouwd als zijnde het misdrijf zelf.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
8 · levenslange gevangenisstraf alle misdrijven van dit niveau
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-570

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 569Art. 571