Art. 664. Verduistering van een stuk dat in een rechtsgeding werd overgelegd niveau 1
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.
Verduistering van een stuk dat in een rechtsgeding werd overgelegd is het met kwaad opzet of bedrieglijk opzet verduisteren van enige titel, enig stuk of enige memorie, na dit document in een rechtsgeding te hebben overgelegd.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Deze straf wordt uitgesproken door de rechtbank waarbij het geschil aanhangig is.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 1 bestaat uit een van de volgende straffen:
1° de geldboete van 200 euro tot ten hoogste 20.000 euro;
2° de werkstraf van twintig uur tot ten hoogste honderdtwintig uur;
3° de probatiestraf van zes maanden tot ten hoogste twaalf maanden;
4° de verbeurdverklaring, met inbegrip van de verruimde verbeurdverklaring;
5° de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel;
6° de veroordeling bij schuldigverklaring.
Wanneer de wet voorziet in een bijkomende straf voor een misdrijf dat wordt bestraft met een hoofdstraf van niveau 1, kan de rechter bij aanneming van verzachtende omstandigheden die bijkomende straf uitspreken in plaats van de hoofdstraf.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 495 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 495 zeker · 90%De bedrieglijke verduistering van een in een rechtsgeding overgelegd stuk is woordelijk overgenomen in art. 664, met behoud van de bevoegdheid van de rechtbank waarbij het geschil aanhangig is.
Hij die, na in een rechtsgeding enige titel, enig stuk of enige memorie te hebben overgelegd, die titel, dat stuk of die memorie, op welke wijze ook, kwaadwillig of bedrieglijk verduistert, wordt gestraft met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.
Deze straf wordt uitgesproken door de rechtbank waarbij het geschil aanhangig is.
Oud art. 223bis waarschijnlijk · 50%Het veranderen, wegmaken of oneigenlijk gebruiken van de nota's of toestellen van een getuigenverhoor in burgerlijke zaken is geen zelfstandig misdrijf meer. Het dichtst in de buurt komt de verduistering van een stuk dat in een rechtsgeding werd overgelegd, in het hoofdstuk over de misdrijven tegen de rechtsbedeling.
Hij die, buiten het geval van artikel 221bis, de nota's of toestellen, die gediend hebben voor het opnemen van hetgeen tijdens een getuigenverhoor in burgerlijke zaken is gezegd, geheel of ten dele verandert, wegmaakt of doet verdwijnen, of zulke nota's of toestellen gebruikt, de inhoud ervan reproduceert of ruchtbaar maakt voor doeleinden buiten verband met het getuigenverhoor, wordt gestraft met de straffen in de artikelen 220 en 222 bepaald.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.