Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 5. Burgerrechtelijke bepalingen en beveiligingsmaatregelen

Art. 71. Ontbinding van de rechtspersoon

De ontbinding kan door de rechter worden uitgesproken als beveiligingsmaatregel, wanneer de rechtspersoon opzettelijk is opgericht om de strafbare werkzaamheden te verrichten waarvoor hij werd veroordeeld of wanneer hij opzettelijk van zijn voorwerp is afgewend om dergelijke werkzaamheden te verrichten. De ontbinding kan niet worden uitgesproken ten aanzien van een publiekrechtelijke rechtspersoon.

Wanneer de rechter de ontbinding uitspreekt, verwijst hij de zaak naar het gerecht dat bevoegd is kennis te nemen van de vereffening van de rechtspersoon.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 35 zeker · 95%
De ontbinding van een rechtspersoon die opzettelijk is opgericht of afgewend voor strafbare werkzaamheden, is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 71.

Ontbinding kan door de rechter worden uitgesproken, wanneer de rechtspersoon opzettelijk is opgericht om de strafbare werkzaamheden te verrichten waarvoor hij wordt veroordeeld of wanneer hij opzettelijk van zijn doel is afgewend om dergelijke werkzaamheden te verrichten.

Wanneer de rechter de ontbinding uitspreekt, verwijst hij de zaak naar het gerecht dat bevoegd is kennis te nemen van de vereffening van de rechtspersoon.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-71

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 70Art. 72