Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 7. Schendingen van de persoonlijke waardigheid en misbruik van de kwetsbare positie van het slachtofferAfdeling 2. Mensenhandel en mensensmokkel

Art. 263/1. Overzending van een rechterlijke beslissing in geval van veroordeling wegens mensenhandel

In geval van veroordeling wegens mensenhandel kan de rechter in de overzending bevelen van het strafrechtelijk gedeelte van het beschikkend gedeelte van de rechterlijke beslissing aan de desbetreffende werkgever, rechtspersoon of tuchtrechtelijke overheid wanneer de dader wegens zijn hoedanigheid of beroep contact heeft met minderjarigen en er een werkgever, rechtspersoon of een overheid die over hem het tuchtrechtelijk gezag uitoefent, bekend is.

Die maatregel wordt hetzij ambtshalve genomen, hetzij op verzoek van de burgerlijke partij of van het openbaar ministerie, bij een met bijzondere redenen omklede rechterlijke beslissing wegens de ernst van de feiten, het vermogen tot reclassering of het risico op recidive.

Wijzigingen volgens Justel

(1) <Ingevoegd bij W 2026-03-16/08, art. 49, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 417/62 zeker · 92%
De regeling over overzending van de rechterlijke beslissing aan werkgever of tuchtoverheid is woordelijk overgenomen. De gemeenschappelijke slotbepaling is gesplitst; art. 263/1 neemt de overzending van de beslissing over voor mensenhandel. De gemeenschappelijke slotbepaling is gesplitst; art. 271/1 neemt de overzending van de beslissing over voor misbruik van prostitutie.

Overzending van een rechterlijke beslissing

De rechter kan in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen de overzending bevelen van het strafrechtelijk gedeelte van het beschikkend gedeelte van de rechterlijke beslissing aan de desbetreffende werkgever, rechtspersoon of tuchtrechtelijke overheid wanneer de dader wegens zijn hoedanigheid of beroep contact heeft met minderjarigen en er een werkgever, rechtspersoon of een overheid die over hem het tuchtrechtelijk gezag uitoefent, bekend is.

Die maatregel wordt hetzij ambtshalve genomen, hetzij op verzoek van de burgerlijke partij of van het openbaar ministerie, bij een met bijzondere redenen omklede rechterlijke beslissing wegens de ernst van de feiten, het vermogen tot reclassering of het risico op recidive.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-263-1

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 263Art. 263/2