Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 7. Schendingen van de persoonlijke waardigheid en misbruik van de kwetsbare positie van het slachtofferAfdeling 2. Mensenhandel en mensensmokkel

Art. 263/1. Overzending van een rechterlijke beslissing in geval van veroordeling wegens mensenhandel

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron. Ingevoegd bij de wet van 16 maart 2026, volgens de noten van Justel.

In geval van veroordeling wegens mensenhandel kan de rechter in de overzending bevelen van het strafrechtelijk gedeelte van het beschikkend gedeelte van de rechterlijke beslissing aan de desbetreffende werkgever, rechtspersoon of tuchtrechtelijke overheid wanneer de dader wegens zijn hoedanigheid of beroep contact heeft met minderjarigen en er een werkgever, rechtspersoon of een overheid die over hem het tuchtrechtelijk gezag uitoefent, bekend is.

Die maatregel wordt hetzij ambtshalve genomen, hetzij op verzoek van de burgerlijke partij of van het openbaar ministerie, bij een met bijzondere redenen omklede rechterlijke beslissing wegens de ernst van de feiten, het vermogen tot reclassering of het risico op recidive.

Oud Strafwetboek van 1867: art. 417/62 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

Wijzigingen volgens Justel

(1) <Ingevoegd bij W 2026-03-16/08, art. 49, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 417/62 zeker · 92%
De regeling over overzending van de rechterlijke beslissing aan werkgever of tuchtoverheid is woordelijk overgenomen. De gemeenschappelijke slotbepaling is gesplitst; art. 263/1 neemt de overzending van de beslissing over voor mensenhandel. De gemeenschappelijke slotbepaling is gesplitst; art. 271/1 neemt de overzending van de beslissing over voor misbruik van prostitutie.

Overzending van een rechterlijke beslissing

De rechter kan in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen de overzending bevelen van het strafrechtelijk gedeelte van het beschikkend gedeelte van de rechterlijke beslissing aan de desbetreffende werkgever, rechtspersoon of tuchtrechtelijke overheid wanneer de dader wegens zijn hoedanigheid of beroep contact heeft met minderjarigen en er een werkgever, rechtspersoon of een overheid die over hem het tuchtrechtelijk gezag uitoefent, bekend is.

Die maatregel wordt hetzij ambtshalve genomen, hetzij op verzoek van de burgerlijke partij of van het openbaar ministerie, bij een met bijzondere redenen omklede rechterlijke beslissing wegens de ernst van de feiten, het vermogen tot reclassering of het risico op recidive.

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
Dit artikel stelt zelf geen strafniveau: het is bijvoorbeeld een definitie, een verzwarende factor, een bijkomende straf of een verschoningsgrond. Het strafniveau staat bij het misdrijf waarop het artikel slaat.
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-263-1

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 263Art. 263/2 →