Titel 6. Misdrijven tegen het vermogenHoofdstuk 1. Misdrijven met betrekking tot de onrechtmatige toe-eigening van goederenAfdeling 2. BedrogOnderafdeling 6. Overige vormen van bedrog
Art. 497. Strafuitsluitende verschoningsgrond
De derde die deelneemt aan het bedrieglijk bewerkstelligen van onvermogen wordt niet gestraft indien hij de hem overhandigde goederen teruggeeft.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 490bis zeker · 88%Artikel 496 herneemt het bedrieglijk bewerkstelligen van onvermogen inclusief het vermoeden dat uit elke omstandigheid kan worden afgeleid, met een straf van niveau 2 in plaats van een maand tot twee jaar gevangenis en geldboete. De straffeloosheid van de derde die de hem overhandigde goederen teruggeeft staat nu in artikel 497.
Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die bedrieglijk zijn onvermogen heeft bewerkt en aan de op hem rustende verplichtingen niet heeft voldaan.
Dat de schuldenaar zijn onvermogen heeft bewerkt, kan worden afgeleid uit enige omstandigheid waaruit blijkt dat hij zich onvermogend heeft willen maken.
Ten aanzien van de derde die mededader of medeplichtig is, vervalt de strafvordering wanneer hij de hem overhandigde goederen teruggeeft.