Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 6. Misdrijven tegen het vermogenHoofdstuk 1. Misdrijven met betrekking tot de onrechtmatige toe-eigening van goederenAfdeling 2. BedrogOnderafdeling 6. Overige vormen van bedrog

Art. 497. Strafuitsluitende verschoningsgrond

De derde die deelneemt aan het bedrieglijk bewerkstelligen van onvermogen wordt niet gestraft indien hij de hem overhandigde goederen teruggeeft.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 490bis zeker · 88%
Artikel 496 herneemt het bedrieglijk bewerkstelligen van onvermogen inclusief het vermoeden dat uit elke omstandigheid kan worden afgeleid, met een straf van niveau 2 in plaats van een maand tot twee jaar gevangenis en geldboete. De straffeloosheid van de derde die de hem overhandigde goederen teruggeeft staat nu in artikel 497.

Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die bedrieglijk zijn onvermogen heeft bewerkt en aan de op hem rustende verplichtingen niet heeft voldaan.

Dat de schuldenaar zijn onvermogen heeft bewerkt, kan worden afgeleid uit enige omstandigheid waaruit blijkt dat hij zich onvermogend heeft willen maken.

Ten aanzien van de derde die mededader of medeplichtig is, vervalt de strafvordering wanneer hij de hem overhandigde goederen teruggeeft.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-497

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 496Art. 498