Art. 496. Bedrieglijk bewerkstelligen van onvermogen niveau 2
§ 1. Het bedrieglijk bewerkstelligen van onvermogen is het met bedrieglijk opzet bewerkstelligen van zijn onvermogen en het niet voldoen aan de op hem rustende verbintenissen.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.
§ 2. Dat de schuldenaar zijn onvermogen heeft bewerkstelligd, kan worden afgeleid uit elke omstandigheid waaruit blijkt dat hij zich onvermogend heeft willen maken.
§ 3. Poging tot het in dit artikel bedoelde misdrijf is niet strafbaar.
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-16/08, art. 96, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 490bis zeker · 88%Artikel 496 herneemt het bedrieglijk bewerkstelligen van onvermogen inclusief het vermoeden dat uit elke omstandigheid kan worden afgeleid, met een straf van niveau 2 in plaats van een maand tot twee jaar gevangenis en geldboete. De straffeloosheid van de derde die de hem overhandigde goederen teruggeeft staat nu in artikel 497.
Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die bedrieglijk zijn onvermogen heeft bewerkt en aan de op hem rustende verplichtingen niet heeft voldaan.
Dat de schuldenaar zijn onvermogen heeft bewerkt, kan worden afgeleid uit enige omstandigheid waaruit blijkt dat hij zich onvermogend heeft willen maken.
Ten aanzien van de derde die mededader of medeplichtig is, vervalt de strafvordering wanneer hij de hem overhandigde goederen teruggeeft.