Art. 650. Strafuitsluitende verschoningsgronden
De volgende personen worden niet gestraft wegens valse getuigenis of valse verklaring:
1° personen die hun valse getuigenis of valse verklaring intrekken ten overstaan van het gerecht waarvoor zij deze valse getuigenis of valse verklaring hebben afgelegd voor de sluiting van de debatten, voor de schorsing van de debatten met het oog op onderzoek van een eventuele vervolging wegens valse getuigenis of valse verklaring of voor de bestraffing met toepassing van artikel 181 van het Wetboek van strafvordering;
2° personen die een valse getuigenis of valse verklaring hebben afgelegd voor een onderzoeksrechter en deze intrekken ten overstaan van deze onderzoeksrechter voor zijn ontlasting door het onderzoeksgerecht of ten overstaan van het rechtscollege dat in eerste aanleg kennis neemt van de zaak voor de sluiting van de debatten, voor de schorsing van de debatten met het oog op onderzoek van een eventuele vervolging wegens valse getuigenis of valse verklaring of voor de bestraffing met toepassing van artikel 181 van het Wetboek van strafvordering;
3° personen die ten gevolge van hun bloed- of aanverwantschap met een beklaagde of beschuldigde buiten ede worden gehoord, wanneer die verklaringen zijn afgelegd ten voordele van deze beklaagde of beschuldigde.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 225 waarschijnlijk · 60%De uitsluiting van bloed- of aanverwanten die buiten ede ten voordele van de beklaagde verklaren, is nagenoeg letterlijk overgenomen in art. 650, 3°; de uitsluiting van kinderen jonger dan zestien jaar is daarin echter niet terug te vinden.
De vorige bepalingen betreffende de valse verklaringen zijn niet toepasselijk op kinderen beneden zestien jaar, noch op personen die, uit hoofde van bloed- of aanverwantschap met de beschuldigden of de beklaagden, buiten ede gehoord worden, wanneer die verklaringen zijn afgelegd ten voordele van de beschuldigden of de beklaagden.