Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 4. Misdrijven tegen de openbare veiligheidHoofdstuk 4. Vereniging met het oog op het plegen van een misdrijf en criminele organisatieAfdeling 2. Criminele organisatie

Art. 410. Strafuitsluitende verschoningsgrond

De persoon die, vóór enige poging tot het plegen van een van de misdrijven die het doel van de vereniging zijn, en vóór enige vervolging, het bestaan van de verenigingen en organisaties bedoeld in de afdelingen 1 en 2 en alle informatie waarover hij beschikt omtrent de omstandigheden van het misdrijf en de namen van de personen die daarin een bevelvoerende functie uitoefenen aan de overheid kenbaar maakt, wordt niet gestraft.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 326 zeker · 90%
Art. 410 herneemt vrijwel dezelfde strafuitsluitingsgrond voor wie het bestaan van de vereniging en haar leiders bekendmaakt vóór enige poging of vervolging.

Van de in dit hoofdstuk bepaalde straffen blijven vrij de schuldigen die, vóór enige poging tot misdaden of wanbedrijven welke het doel van de vereniging zijn, en vóór enig begin van vervolging, het bestaan van die benden en de namen van hun hoofdbevelvoerders of ondergeschikte bevelvoerders aan de overheid kenbaar maken.

(Lid 2 opgeheven)

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-410

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 409/1Art. 411