Art. 410. Strafuitsluitende verschoningsgrond
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.
De persoon die, vóór enige poging tot het plegen van een van de misdrijven die het doel van de vereniging zijn, en vóór enige vervolging, het bestaan van de verenigingen en organisaties bedoeld in de afdelingen 1 en 2 en alle informatie waarover hij beschikt omtrent de omstandigheden van het misdrijf en de namen van de personen die daarin een bevelvoerende functie uitoefenen aan de overheid kenbaar maakt, wordt niet gestraft.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 326 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 326 zeker · 90%Art. 410 herneemt vrijwel dezelfde strafuitsluitingsgrond voor wie het bestaan van de vereniging en haar leiders bekendmaakt vóór enige poging of vervolging.
Van de in dit hoofdstuk bepaalde straffen blijven vrij de schuldigen die, vóór enige poging tot misdaden of wanbedrijven welke het doel van de vereniging zijn, en vóór enig begin van vervolging, het bestaan van die benden en de namen van hun hoofdbevelvoerders of ondergeschikte bevelvoerders aan de overheid kenbaar maken.
(Lid 2 opgeheven)
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.