Art. 556. Aanslag op de echtgenoot of echtgenote van de Koning of vermoedelijke troonopvolger of op waarnemers van de koninklijke functie niveau 4
De aanslag op de echtgenoot of echtgenote van de Koning of vermoedelijke troonopvolger of op waarnemers van de koninklijke functie is elke aanslag die gericht is tegen de persoon van de echtgenoot of echtgenote van de Koning of de vermoedelijke troonopvolger, tegen de regent of tegen de ministers die, in de gevallen bij de Grondwet bepaald, de grondwettelijke macht van de Koning uitoefenen.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4.
Elke aanslag op het leven van de in het eerste lid vermelde personen wordt bestraft als een voltooid misdrijf.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 103 waarschijnlijk · 50%Art. 556 dekt de aanslag op de echtgenote van de Koning, de Regent en de ministers die de koninklijke macht uitoefenen, maar beschermt niet meer de bloed- en aanverwanten in de rechte lijn en de Belgische broers van de Koning die het oude artikel ook noemde.
(Zie NOTA 1 onder TITEL) De aanslag op het leven van de Koningin, van 's Konings bloed- en aanverwanten in de rechte lijn, van 's Konings broeders die de staat van Belg hebben, op het leven van de Regent, of op het leven van de ministers die, in de gevallen bij de Grondwet bepaald, de grondwettelijke macht van de Koning uitoefenen, wordt altijd gestraft zoals het voltooide feit.
(De aanslag op hun persoon wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar; hij wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar indien hij geen schending van hun vrijheid ten gevolge heeft en bij hen noch bloedstorting, noch verwonding, noch ziekte veroorzaakt.)