Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 6. Misdrijven tegen het vermogenHoofdstuk 1. Misdrijven met betrekking tot de onrechtmatige toe-eigening van goederenAfdeling 2. BedrogOnderafdeling 5. Misdrijven die verband houden met de insolventie van ondernemingen

Art. 491. Bedrieglijke bankbreuk niveau 3

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.

Bedrieglijke bankbreuk is door een onderneming bedoeld in artikel I.1, eerste lid, 1°, van het Wetboek van economisch recht of door een bestuurder, in rechte of in feite, van een vennootschap of van een rechtspersoon in staat van faillissement, het, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden:

1° verduisteren of verbergen van een gedeelte van de activa;

2° geheel of gedeeltelijk doen verdwijnen van de boeken of bescheiden, bedoeld in hoofdstuk 2 van titel 3 van boek III van het Wetboek van economisch recht.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Oud Strafwetboek van 1867: art. 489ter (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 489ter zeker · 90%
Verduistering of verberging van activa en het doen verdwijnen van boekhoudkundige stukken door de gefailleerde vormen zowel oud als nieuw de kern van bedrieglijke bankbreuk. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en geldboete, met een eigen straf voor de poging; het nieuwe art. 491 stelt een straf van niveau 3 en bevat geen aparte pogingsregel.

Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro worden gestraft de in artikel 489 bedoelde personen die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden :

1° een gedeelte van de activa hebben verduisterd of verborgen;

2° de boeken of bescheiden bedoeld in boek III, hoofdstuk 2, van het Wetboek van economisch recht, geheel of gedeeltelijk hebben doen verdwijnen; poging tot die wanbedrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro.

Zij die zich aan die wanbedrijven of poging daartoe schuldig hebben gemaakt, kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
3 · gevangenisstraf van meer dan 3 jaar tot ten hoogste 5 jaar alle misdrijven van dit niveau
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-491

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 490Art. 492 →