Art. 684. Ontsnapping van gevangenen niveau 2
Ontsnapping van gevangenen is het zich opzettelijk onttrekken door een persoon:
1° aan de voorlopige hechtenis, de gevangenisstraf of de hem in het kader van een strafrechtelijke procedure opgelegde vrijheidsberovende maatregel door te ontsnappen uit een gevangenis, een inrichting waar een geïnterneerde persoon geplaatst is, een gerechtsgebouw, een politiecommissariaat, een ziekenhuis, een voertuig van de politie of enige andere plaats waar hij onder bewaking of toezicht staat van een personeelslid van de geïntegreerde politie belast met bewakings- of beveiligingstaken, met inbegrip van de beveiligingsagenten en de beveiligingsassistenten van politie van de Directie Beveiliging;
2° aan de controle door elektronische middelen, opgelegd ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing bedoeld in de bepaling onder 1°.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2025-12-19/73, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 16-01-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 332 zeker · 80%De basisvorm van ontsnapping is overgenomen in art. 684; de verzwaarde vorm met geweld of bedreiging (§2 van het oude artikel) wordt geregeld in een apart artikel dat niet tot de kandidaten van dit item behoort.
§ 1. Met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar wordt gestraft hij die zich opzettelijk onttrekt:
1° aan de voorlopige hechtenis, de gevangenisstraf of de hem in het kader van een strafrechtelijke procedure opgelegde vrijheidsberovende maatregel door te ontsnappen uit een gevangenis, een inrichting waar een geïnterneerde persoon geplaatst is, een gerechtsgebouw, een politiecommissariaat, een ziekenhuis, een voertuig van de politie of enige andere plaats waar hij onder bewaking of toezicht staat van een personeelslid van de geïntegreerde politie belast met bewakings- of beveiligingstaken, met inbegrip van de beveiligingsagenten en de beveiligingsassistenten van politie van de Directie Beveiliging;
2° aan de controle door elektronische middelen, opgelegd ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing bedoeld in de bepaling onder 1°.
Poging tot het wanbedrijf, in het eerste lid omschreven, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twaalf maanden.
§ 2. Indien het feit wordt gepleegd met geweld of bedreigingen, wordt het gestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar.
Poging tot het wanbedrijf, in het eerste lid omschreven, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar.