Art. 489. Staat van faillissement
De strafvordering wegens bankbreuk wordt gevoerd los van enige vordering die bij de ondernemingsrechtbank mocht zijn ingesteld. De staat van faillissement kan evenwel niet worden betwist voor de strafrechter indien deze is vastgesteld bij een in kracht van gewijsde getreden beslissing van de ondernemingsrechtbank of van het hof van beroep aan het einde van een procedure waarbij de beklaagde partij was, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger van de gefailleerde onderneming.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 489quater zeker · 92%De regel dat de strafvordering wegens bankbreuk los staat van de burgerlijke procedure en dat de bewezen staat van faillissement niet meer kan worden betwist, is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 489, met vervanging van 'rechtbank van koophandel' door 'ondernemingsrechtbank'.
De strafvordering terzake van de strafbare feiten omschreven in de artikelen 489, 489bis en 489ter wordt vervolgd los van enige vordering die bij de rechtbank van koophandel mocht zijn ingesteld. Nochtans kan de staat van faillissement voor de strafrechter niet worden betwist wanneer hij vastgesteld is bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de rechtbank van koophandel of van het hof van beroep aan het slot van een procedure waarbij de beklaagde partij was, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger van de gefailleerde onderneming.