Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 4. StraffenAfdeling 5. Vrijheidsbenemende straffen

Art. 41. Gevangenisstraf

§ 1. De gevangenisstraf bestaat uit de vrijheidsberoving van een persoon voor de termijn die de rechter bepaalt en overeenkomstig de door de wet bepaalde nadere regels.

§ 2. De gevangenisstraf als hoofdstraf wordt, afhankelijk van het toepasselijke strafniveau, opgelegd voor een duur van ten minste zes maanden tot ten hoogste levenslang.

De duur van een dag gevangenisstraf is vierentwintig uren.

De duur van een maand gevangenisstraf is dertig dagen.

De duur van een jaar gevangenisstraf is driehonderdvijfenzestig dagen.

§ 3. Elke hechtenis, vóór het definitief worden van de veroordeling ondergaan ten gevolge van het misdrijf dat tot die veroordeling aanleiding geeft, wordt toegerekend op de duur van de nog uit te voeren gevangenisstraffen. Hetzelfde geldt voor iedere voorlopige plaatsingsmaatregel in een gesloten opvoedingsafdeling ten aanzien van een minderjarige die een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd.

§ 4. De tot een gevangenisstraf veroordeelden ondergaan hun straf in de door de Koning aangewezen inrichtingen.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 30bis zeker · 90%
De regel dat veroordeelden tot een vrijheidsstraf hun straf ondergaan in door de Koning aangewezen inrichtingen, is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 41, § 4.

De tot een vrijheidsstraf veroordeelden ondergaan hun straf in de inrichtingen, door de Koning aangewezen.

Oud art. 30 zeker · 85%
De toerekening van voorlopige hechtenis op de uit te voeren vrijheidsstraf is vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 41, § 3; artikel 63 vult dit aan voor het geval een andere straf dan een gevangenisstraf wordt uitgesproken.

Elke hechtenis, vóór het onherroepelijk worden van de veroordeling ondergaan ten gevolge van het misdrijf , met uitzondering van de veroordeling tot een eenvoudige schuldigverklaring, wordt toegerekend op de duur van de nog lopende vrijheidsstraffen.

(Iedere voorlopige plaatsingsmaatregel in een gesloten opvoedingsafdeling als bedoeld in artikel 52quater van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade of in de wet van 1 maart 2002 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, wordt onder dezelfde voorwaarde toegerekend op de duur van de vrijheidsstraffen waartoe de persoon, verwezen overeenkomstig artikel 57bis van de voornoemde wet van 8 april 1965, is veroordeeld.)

Oud art. 28 waarschijnlijk · 60%
De politiegevangenisstraf als aparte categorie verdwijnt; er blijft één gevangenisstraf over waarvan de duur in artikel 41 wordt geregeld. Voor de lichtste misdrijven bestaat daardoor geen vrijheidsstraf meer.

De gevangenisstraf wegens overtreding mag niet minder zijn dan een dag en niet meer dan zeven dagen, behoudens de bij de wet uitgezonderde gevallen.

Oud art. 8 waarschijnlijk · 50%
De oude tweedeling opsluiting/hechtenis is samengevoegd tot één gevangenisstraf (art. 41) die van zes maanden tot levenslang kan lopen.

Opsluiting is levenslang of tijdelijk.

Oud art. 10 waarschijnlijk · 50%
Ook "hechtenis" als aparte strafsoort is opgegaan in de eengemaakte gevangenisstraf van art. 41, die eveneens levenslang kan zijn.

Hechtenis is levenslang of tijdelijk.

Oud art. 25 waarschijnlijk · 50%
De dag/maand-definities keren terug in artikel 41, maar de gedetailleerde omzettingsschaal voor gecorrectionaliseerde misdaden (tot 28 of 38 jaar) is niet als zodanig behouden en is opgegaan in het algemene niveausysteem.

De duur van de correctionele gevangenisstraf is, behoudens de in de wet bepaalde gevallen, ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar.

Hij is ten hoogste vijf jaar voor een met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.

Hij is ten hoogste tien jaar voor een met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.

Hij is ten hoogste vijftien jaar voor een met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.

Hij is ten hoogste achtentwintig jaar voor een met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.

Hij is ten hoogste achtendertig jaar voor een met opsluiting van dertig jaar tot veertig jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.

Hij is ten hoogste veertig jaar voor een met levenslange opsluiting strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.

De duur van een dag gevangenisstraf is vierentwintig uren.

De duur van een maand gevangenisstraf is dertig dagen.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Aangehaald in
Art. 42
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-41

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 40Art. 42