Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 4. StraffenAfdeling 1. Algemeen

Art. 31. Voorlichtingsrapport

Met het oog op het opleggen van de meest geschikte straf of maatregel aan een natuurlijk persoon kan het openbaar ministerie of de rechter bij wie de zaak aanhangig werd gemaakt, aan de bevoegde dienst van de gemeenschappen van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de beklaagde of de beschuldigde de opdracht geven een voorlichtingsrapport op te stellen teneinde de pertinente informatie te verstrekken die van aard is de rechter in te lichten over de opportuniteit van de mogelijke straffen of maatregelen. De Koning bepaalt de inhoud en de nadere regels betreffende het opstellen van het voorlichtingsrapport.

Wijzigingen volgens Justel

(1) <W 2026-03-16/08, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 37sexies waarschijnlijk · 65%
De inhoudelijke regels over de kosteloze werkstraf tijdens de vrije tijd en over de toegelaten werkplaatsen zijn opgenomen in artikel 45, waarbij de lijst van instellingen ruimer is en het verbod om een reguliere arbeidsplaats in te nemen behouden blijft. Het beknopt voorlichtingsverslag staat nu in artikel 31, terwijl de halfjaarlijkse verslagen en de overlegstructuren niet zijn overgenomen.

( oud art. 37quater vernummerd tot nieuw art. 37sexies) § 1. De veroordeelde verricht de werkstraf kosteloos tijdens de vrije tijd waarover hij naast zijn eventuele school- of beroepsactiviteiten beschikt.

De werkstraf mag uitsluitend worden verricht bij openbare diensten van de Staat, de gemeenten, de provincies, de gemeenschappen en de gewesten, dan wel bij verenigingen zonder winstoogmerk of bij stichtingen met een sociaal, wetenschappelijk of cultureel oogmerk.

De werkstraf mag niet bestaan uit een activiteit die, in de aangewezen overheidsdienst of vereniging, doorgaans door bezoldigde werknemers wordt verricht.

§ 2. Met het oog op de toepassing van artikel 37ter, kunnen het openbaar ministerie, de onderzoeksrechter, de onderzoeksgerechten en de vonnisgerechten aan de afdeling van de Dienst justitiehuizen van het (FOD Justitie) van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de inverdenkinggestelde, de beklaagde of de veroordeelde de opdracht geven een beknopt voorlichtingsverslag op te stellen en/of een maatschappelijke enquête uit te voeren.

(De Koning bepaalt de nadere regels inzake het beknopt voorlichtingsrapport en de maatschappelijke enquête.

Deze rapporten en deze onderzoeken mogen alleen de pertinente elementen bevatten die van aard zijn de overheid die het verzoek tot de dienst van de justitiehuizen richtte in te lichten over de opportuniteit van de overwogen maatregel of straf.)

§ 3. (Elke arrondissementele afdeling van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie stelt tweemaal per jaar een verslag op van bestaande activiteiten waaruit de werkstraf kan bestaan.) De afdeling bezorgt een afschrift van dit verslag aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg en aan de procureur des Konings van het betrokken arrondissement en, op eenvoudig verzoek, aan al wie van een belang kan doen blijken.

(§ 4. Op federaal en lokaal niveau worden overlegstructuren inzake de toepassing van de werkstraf en de autonome probatiestraf opgericht. Deze overlegstructuren hebben tot taak de instanties die betrokken zijn bij de uitvoering van de werkstraf en de autonome probatiestraf, op regelmatige basis samen te brengen teneinde hun samenwerking te evalueren. De Koning bepaalt de nadere regels inzake de samenstelling en de werking van deze overlegstructuren.)

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-31

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 30Art. 32