Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 7. Schendingen van de persoonlijke waardigheid en misbruik van de kwetsbare positie van het slachtofferAfdeling 8. Gedwongen huwelijk en gedwongen wettelijke samenwoning

Art. 295. Verzwarende factor

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf bedoeld in de artikelen 293 en 294 neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand of in het bijzijn van een minderjarige.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 391septies zeker · 85%
Gedwongen wettelijke samenwoning en de verzwarende factor bij aanwezigheid van een minderjarige komen overeen met de artikelen 294 en 295; de straf daalt van gevangenisstraf 3 maanden-5 jaar naar niveau 3.

Hij die iemand door geweld of bedreiging dwingt een wettelijke samenwoning aan te gaan, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en met geldboete van tweehonderdvijftig euro tot vijfduizend euro.

De poging wordt gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot drie jaar en met geldboete van honderdvijfentwintig euro tot tweeduizend vijfhonderd euro.

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Verwijst naar
Art. 293, Art. 294
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-295

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 294Art. 296