Art. 461. Aanmatiging van adellijke titels niveau 1
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.
Aanmatiging van adellijke titels is het met bedrieglijk opzet in het openbaar aannemen van een adellijke titel die de betrokken persoon niet toekomt.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 1 bestaat uit een van de volgende straffen:
1° de geldboete van 200 euro tot ten hoogste 20.000 euro;
2° de werkstraf van twintig uur tot ten hoogste honderdtwintig uur;
3° de probatiestraf van zes maanden tot ten hoogste twaalf maanden;
4° de verbeurdverklaring, met inbegrip van de verruimde verbeurdverklaring;
5° de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel;
6° de veroordeling bij schuldigverklaring.
Wanneer de wet voorziet in een bijkomende straf voor een misdrijf dat wordt bestraft met een hoofdstraf van niveau 1, kan de rechter bij aanneming van verzachtende omstandigheden die bijkomende straf uitspreken in plaats van de hoofdstraf.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 230 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 230 zeker · 90%Het in het openbaar aannemen van een niet-toekomende adellijke titel is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 461 (niveau 1).
Met geldboete van tweehonderd euro tot duizend euro wordt gestraft hij die in het openbaar een adellijke titel aanneemt die hem niet toekomt.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.