Art. 240. Laster niveau 1
Laster is het in het openbaar met kwaadwillig opzet aan een persoon een bepaald feit ten laste leggen dat zijn eer kan krenken of hem aan de openbare verachting kan blootstellen.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.
Er is geen laster indien de van laster betichte persoon door enig middel geloofwaardig maakt dat het ten laste gelegde feit aannemelijk is. Dit kan niet wanneer de aantijging van een bepaald feit geschied is met het oogmerk om te schaden zonder enige reden van openbaar of privaat belang.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 449 waarschijnlijk · 70%De regel dat een overigens bewezen feit toch als laster geldt wanneer het te kwader trouw en zonder enig belang openbaar wordt gemaakt (kwaadwillige ruchtbaarmaking), is letterlijk overgenomen als uitzondering in de definitie van laster.
Indien er op het ogenblik van het misdrijf een wettelijk bewijs van de ten laste gelegde feiten bestaat en het blijkt dat de beklaagde de tenlastelegging heeft gedaan zonder enige reden van openbaar of van privaat belang en enkel met het oogmerk om te schaden, wordt hij, als schuldig aan kwaadwillige ruchtbaarmaking, gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vierhonderd euro of met een van die straffen alleen.
Oud art. 444 waarschijnlijk · 60%De gedetailleerde opsomming van openbaarheidsvormen is samengebald in het enkele bestanddeel dat de tenlastelegging in het openbaar gebeurt, zoals het nieuwe lasterartikel het formuleert, met een straf van niveau 1 in plaats van gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar. Voor de belediging geldt dezelfde voorwaarde in het artikel van dezelfde afdeling, dat niet bij de kandidaten staat.
De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro, wanneer de tenlasteleggingen geschieden :
Hetzij in openbare bijeenkomsten of plaatsen;
Hetzij in tegenwoordigheid van verscheidene personen, in een plaats die niet openbaar is, maar toegankelijk voor een aantal personen die het recht hebben er te vergaderen of ze te bezoeken;
Hetzij om het even welke plaats, in tegenwoordigheid van de beledigde en voor getuigen;
Hetzij door geschriften, al dan niet gedrukt, door prenten of zinnebeelden, die aangeplakt, verspreid of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld worden;
Hetzij ten slotte door geschriften, die niet openbaar gemaakt, maar aan verscheidene personen toegestuurd of meegedeeld worden.
Oud art. 443 waarschijnlijk · 55%Het begrip laster is overgenomen in artikel 240, maar het onderscheiden begrip 'eerroof' (wanneer de wet het bewijs niet toelaat) en de bijzondere bewijsregel voor collaboratie met de vijand zijn niet als zodanig teruggevonden.
Hij die in de hierna aangeduide gevallen aan een persoon kwaadwillig een bepaald feit ten laste legt, dat zijn eer kan krenken of hem aan de openbare verachting kan blootstellen, en waarvan het wettelijk bewijs niet wordt geleverd, is schuldig aan laster, wanneer de wet het bewijs van het ten laste gelegde feit toelaat, en aan eerroof, wanneer de wet dit bewijs niet toelaat.
(Wanneer het ten laste gelegde feit hierin bestaat dat gedurende vijandelijkheden is geheuld met de vijand, hetzij door hem te helpen door het verschaffen van soldaten, manschappen, geld, levensmiddelen, wapens, munitie of materialen, hetzij door hem het betreden van het grondgebied, het zich handhaven of het verblijven aldaar door enig middel mogelijk of gemakkelijk te maken, zonder daartoe gedwongen of gevorderd te zijn, is het bewijs daarvan altijd ontvankelijk en kan het door alle middelen geleverd worden.
Wordt een genoegzaam bewijs geleverd, dan geeft de tenlastelegging geen aanleiding tot enige strafvervolging.)