Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 6. Misdrijven tegen de persoonlijke rust en de morele integriteitAfdeling 2. Belaging
Art. 239. Verzwarende factoren
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling neemt de rechter in overweging het feit dat:
1° het misdrijf erop gericht is een niet-consensuele seksuele handeling te stellen of te laten stellen op de persoon van het slachtoffer;
2° het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige;
3° het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".