Art. 494. Schending van de procedure van gerechtelijke reorganisatie door een schuldenaar niveau 2
Schending van de procedure van gerechtelijke reorganisatie door een schuldenaar is het door een schuldenaar, met het oogmerk de procedure van gerechtelijke reorganisatie te verkrijgen of te vergemakkelijken:
1° verbergen van een gedeelte van zijn activa of passiva, de activa overdrijven of de passiva minimaliseren, op welke manier ook;
2° doen of laten optreden bij de beraadslagingen van een of meer vermeende schuldeisers of schuldeisers waarvan de schuldvorderingen overdreven zijn;
3° weglaten van een of meer schuldeisers uit de lijst van schuldeisers;
4° doen of laten doen van onjuiste of onvolledige verklaringen aan de rechtbank of aan een gerechtsmandataris over de staat van zijn zaken of de vooruitzichten van reorganisatie.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.
De poging tot het misdrijf bedoeld in dit artikel is niet strafbaar.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 490ter zeker · 92%Alle vier gedragingen van de schuldenaar die de procedure van gerechtelijke reorganisatie schendt, zijn nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 494.
De schuldenaar wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van vijf euro tot honderdvijfentwintig duizend euro of met een van deze straffen alleen:
1° indien hij, op welke wijze ook, om een procedure van gerechtelijke reorganisatie te verkrijgen of te vergemakkelijken, opzettelijk een gedeelte van zijn actief of van zijn passief heeft verborgen of dit actief overdreven of dit passief geminimaliseerd heeft;
2° indien hij wetens en willens een of meer vermeende schuldeisers of schuldeisers waarvan de schuldvorderingen overdreven zijn, heeft doen of laten optreden bij de beraadslagingen;
3° indien hij wetens en willens een of meer schuldeisers heeft weggelaten uit de lijst van schuldeisers;
4° indien hij wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen over de staat van zijn zaken of de vooruitzichten van reorganisatie heeft gedaan of laten doen aan de rechtbank of aan een gerechtsmandataris.