Art. 469. Verzwaarde diefstal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing niveau 6
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.
§ 1. Diefstal met geweld of bedreiging en afpersing worden bestraft met een straf van niveau 4 indien:
1° de daders of een van hen een valse identiteit of hoedanigheid hebben aangenomen of een vals bevel van het openbaar gezag hebben ingeroepen;
2° het misdrijf werd gepleegd bij nacht;
3° het misdrijf werd gepleegd door twee of meer personen;
4° het misdrijf werd gepleegd ten nadele van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand.
§ 2. Diefstal met geweld of bedreiging en afpersing worden bestraft met een straf van niveau 5 indien:
1° wapens of op wapens gelijkende voorwerpen werden gebruikt of getoond, of indien de schuldige deed geloven dat hij gewapend was;
2° de schuldige, om het misdrijf te plegen of zijn vlucht te verzekeren, gebruik heeft gemaakt van weerloos makende of giftige stoffen;
3° het geweld of de bedreiging een integriteitsaantasting van de derde graad heeft veroorzaakt.
§ 3. Diefstal met geweld of bedreiging, afpersing en de poging om die misdrijven te plegen worden bestraft met een straf van niveau 6 indien:
1° de persoon aan foltering werd onderworpen;
2° het geweld of de bedreiging de dood tot gevolg heeft, zonder dat het misdrijf werd gepleegd met het oogmerk om te doden.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 4 bestaat uit een gevangenisstraf van meer dan vijf jaar tot ten hoogste tien jaar of een behandeling onder vrijheidsberoving van meer dan vier jaar tot ten hoogste zes jaar. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 3 of 2.
De straf van niveau 5 bestaat uit een gevangenisstraf van meer dan tien jaar tot ten hoogste vijftien jaar of een behandeling onder vrijheidsberoving van meer dan zes jaar tot ten hoogste elf jaar. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 4, 3 of 2.
De straf van niveau 6 bestaat uit een gevangenisstraf van meer dan vijftien jaar tot ten hoogste twintig jaar of een behandeling onder vrijheidsberoving van meer dan elf jaar tot ten hoogste zestien jaar. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 5, 4, 3 of 2.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 474 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 474 zeker · 85%De regel dat geweld of bedreiging zonder oogmerk om te doden toch de dood veroorzaakt, is woordelijk terug te vinden in art. 469 §3, 2°. Het oude artikel stelde opsluiting van twintig tot dertig jaar; art. 469 §3 stelt een straf van niveau 6.
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Indien het geweld of de bedreiging gepleegd wordt zonder het oogmerk om te doden, en toch de dood veroorzaakt, worden de schuldigen veroordeeld tot (opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar).
(Lid 2 opgeheven)
Oud art. 473 waarschijnlijk · 70%Geweld of bedreiging met zware letsels tot gevolg is nu de integriteitsaantasting van de derde graad met een straf van niveau 5 (artikel 469, par. 2) en de foltering levert niveau 6 op (artikel 469, par. 3), tegenover opsluiting van vijftien tot twintig jaar en twintig tot dertig jaar in het oude artikel.
(Zie NOTA 1 onder TITEL) In de gevallen van de artikelen 468, 469, 470 en 471 is de straf (opsluiting) van vijftien jaar tot twintig jaar, indien het geweld of de bedreiging, hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolge heeft.
Dezelfde straf wordt toegepast, indien de boosdoeners de personen (hebben onderworpen aan de handelingen bedoeld in artikel 417/2, eerste lid.)
In de gevallen van artikel 472 wordt de straf op (opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar) gebracht.
Oud art. 471 waarschijnlijk · 65%Nacht, meerdere daders, het inroepen van een vals bevel van het openbaar gezag en een kwetsbaar slachtoffer keren terug in de opsomming van artikel 469, par. 1, terwijl de openbare functie en het gebruik van een voertuig in artikel 474 factoren zijn bij de keuze van de straf. Het oude artikel stelde opsluiting van tien tot vijftien jaar; artikel 469, par. 1 stelt een straf van niveau 4. Braak, inklimming en valse sleutels komen in die opsomming niet meer voor.
(Zie NOTA 1 onder TITEL) In de gevallen van de artikelen 468, 469 en 470 is de straf de ops luiting van tien jaar tot vijftien jaar :
indien het misdrijf wordt gepleegd door middel van braak, inklimming of valse sleutels;
indien het misdrijf wordt gepleegd door een openbaar ambtenaar door middel van zijn ambtsbediening;
indien de schuldigen of een van hen de titel of de kentekens van een openbaar ambtenaar aannemen of een vals bevel van het openbaar gezag inroepen;
indien het misdrijf gepleegd wordt bij nacht;
indien het misdrijf gepleegd wordt door twee of meer personen;
indien de schuldige, om het misdrijf te vergemakkelijken of zijn vlucht te verzekeren, gebruik maakt van een voertuig of enig ander al of niet met een motor aangedreven tuig;
indien het misdrijf gepleegd wordt ten nadele van een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid, duidelijk was of de dader bekend was.
Oud art. 476 waarschijnlijk · 60%Dat de zware straffen ook gelden wanneer de voltooiing van het misdrijf werd verhinderd, is terug te vinden in artikel 469, paragraaf 3, dat poging tot de zwaarste vormen van diefstal met geweld of afpersing gelijkstelt met het voltooide misdrijf.
De straffen, bij de artikelen 473 tot 475 bepaald, worden zelfs dan toegepast wanneer de voltooiing van de diefstal of van de afpersing wordt verhinderd door omstandigheden, onafhankelijk van de wil van de schuldigen.
Oud art. 472 waarschijnlijk · 55%De verzwaring wegens wapens of weerloosmakende stoffen is terug te vinden in art. 469 §2 (niveau 5); het gebruik van een gestolen voertuig of een voertuig met valse ordediensten-kentekens is niet als aparte grond hernomen.
(Zie NOTA 1 onder TITEL) In de gevallen van de artikelen 468, 469 en 470 is de straf de opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar :
indien het misdrijf wordt gepleegd onder twee van de in artikel 471 vermelde omstandigheden;
indien wapens of op wapens gelijkende voorwerpen worden gebruikt of getoond, of indien de schuldige doet geloven dat hij gewapend is;
indien de schuldige, om het misdrijf te plegen of zijn vlucht te verzekeren, gebruik maakt van weerloos makende of giftige stoffen;
indien de schuldige, om het misdrijf te vergemakkelijken of zijn vlucht te verzekeren, gebruik maakt van een voertuig of enig ander al of niet met een motor aangedreven tuig, dat verkregen is door een misdaad of een wanbedrijf;
indien de schuldige, om het misdrijf te vergemakkelijken of zijn vlucht te verzekeren, gebruik maakt van een motorvoertuig of enig ander met een motor aangedreven tuig voorzien van kentekens of toestellen waardoor verwarring kan ontstaan met een motorvoertuig of enig ander met een motor aangedreven tuig van de ordediensten.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.