Art. 288. Uitbuiting van bedelarij niveau 2
Uitbuiting van bedelarij is het:
1° aanwerven, meenemen, wegbrengen of bij zich houden van een persoon met als doel hem over te leveren aan bedelarij;
2° opzettelijk aanzetten van een persoon tot bedelen of tot doorgaan met bedelen;
3° ter beschikking stellen van een persoon aan een bedelaar opdat deze laatste zich van hem zou bedienen om het publieke medelijden op te wekken;
4° opzettelijk uitbuiten op welke manier ook, van de bedelarij van een ander persoon.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.
De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 kan zo veel keer worden toegepast als er slachtoffers zijn.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 433ter zeker · 88%Uitbuiting van bedelarij (aanwerven, aanzetten, exploiteren) is inhoudelijk identiek overgenomen (niveau 2); de afzonderlijke, lagere strafmaat voor poging is niet als zodanig teruggevonden.
Met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijfentwintigduizend euro wordt gestraft :
1° hij die een persoon aanwerft, meeneemt, wegbrengt, bij zich houdt teneinde hem over te leveren aan de bedelarij, hem ertoe aanzet te bedelen of door te gaan met bedelen, of hem ter beschikking van een bedelaar stelt opdat deze laatste zich van hem bedient om het openbaar medelijden op te wekken;
2° hij die, op welke manier ook, eens anders bedelarij exploiteert.
Poging tot de in het eerste lid bedoelde misdrijven wordt gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met een geldboete van honderd euro tot tweeduizend euro.
De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.