Art. 265. Het pooierschap niveau 3
Het pooierschap bestaat, onverminderd de toepassing van artikel 258, uit een van de volgende daden gepleegd tegen een meerderjarig persoon:
- het organiseren van de prostitutie van een ander met als doel het bekomen van een voordeel, behalve in de gevallen die de wet bepaalt;
- het bevorderen, ertoe aanzetten, aanmoedigen of vergemakkelijken van prostitutie met als doel het, rechtstreeks of onrechtstreeks, bekomen van een abnormaal economisch voordeel of elk ander abnormaal voordeel;
- maatregelen nemen om het verlaten van de prostitutie te verhinderen of te bemoeilijken.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.
In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, kan de rechter als bijkomende straf een geldboete tussen 200 euro en 200.000 euro opleggen voor het gepleegde misdrijf en een geldboete tussen 200 euro en 40.000 euro voor de poging tot het plegen van het misdrijf. De boetes worden zo vaak opgelegd als er slachtoffers zijn.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 433quater/1 zeker · 92%Het pooierschap is woordelijk overgenomen; de strafmaat opsluiting 1-5 jaar wordt vervangen door niveau 3.
Het pooierschap
Het pooierschap bestaat, onverminderd de toepassing van artikel 433quinquies, uit een van de volgende daden gepleegd tegen een meerderjarig persoon:
- het organiseren van de prostitutie van een ander met als doel het bekomen van een voordeel, behalve in de gevallen die de wet bepaalt;
- het bevorderen, ertoe aanzetten, aanmoedigen of vergemakkelijken van prostitutie met als doel het, rechtstreeks of onrechtstreeks, bekomen van een abnormaal economisch voordeel of elk ander abnormaal voordeel;
- maatregelen nemen om het verlaten van de prostitutie te verhinderen of te bemoeilijken.
Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijfentwintigduizend euro.
De poging tot het plegen van dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro.
De boete bedoeld in het tweede en derde lid wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.