Art. 264. Verschoningsgrond ten gunste van het slachtoffer van mensenhandel
Het slachtoffer van mensenhandel dat deelneemt aan misdrijven waarop door de wet een straf van niveau 1, 2, 3, 4, 5 of 6 is gesteld als direct gevolg van zijn uitbuiting wordt niet gestraft voor die misdrijven.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 433quinquies zeker · 85%De definitie van mensenhandel en de verschoningsgrond voor het slachtoffer zijn overgenomen in twee afzonderlijke artikelen; de definitie is uitgebreid met illegale adoptie en gedwongen huwelijk als uitbuitingsdoelen.
§ 1. Levert het misdrijf mensenhandel op, de werving, het vervoer, de overbrenging, de huisvesting, de opvang van een persoon, het nemen of de overdracht van de controle over hem met als doel :
1° de uitbuiting van prostitutie of andere vormen van seksuele uitbuiting;
2° de uitbuiting van bedelarij;
3° het verrichten van werk of het verlenen van diensten, in omstandigheden die in strijd zijn met de menselijke waardigheid;
4° de uitbuiting door het wegnemen van organen of van menselijk lichaamsmateriaal;
5° of deze persoon tegen zijn wil een misdaad of een wanbedrijf te doen plegen.
Behalve in het in 5 bedoelde geval is de toestemming van de in het eerste lid bedoelde persoon met de voorgenomen of daadwerkelijke uitbuiting van geen belang.
§ 2. Het in § 1 bedoelde misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van één jaar tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijftigduizend euro.
§ 3. Poging tot het in § 1 bedoelde misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van één jaar tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot tienduizend euro.
§ 4. De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
§ 5. Het slachtoffer van mensenhandel dat betrokken is bij misdrijven als rechtstreeks gevolg van zijn uitbuiting loopt geen straf op voor deze misdrijven.