Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 4. Misdrijven tegen de openbare veiligheidHoofdstuk 4. Vereniging met het oog op het plegen van een misdrijf en criminele organisatieAfdeling 1. Vereniging met het oog op het plegen van een misdrijf

Art. 404. Deelneming aan een vereniging van misdadigers niveau 3

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.

Deelneming aan een vereniging van misdadigers is het opzettelijk:

1° deel uitmaken van een vereniging van misdadigers;

2° verschaffen van wapens, materiaal voor het plegen van misdrijven, onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats aan die vereniging of een deel ervan.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer de vereniging tot doel heeft misdrijven te plegen die strafbaar zijn met een straf van niveau 5 of van een hoger niveau .

Het wordt bestraft met een straf van niveau 2 wanneer de vereniging tot doel heeft misdrijven te plegen die strafbaar zijn met een straf van niveau 4 of van een lager niveau .

Oud Strafwetboek van 1867: art. 324 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 324 zeker · 88%
Art. 404 dekt zowel het loutere lidmaatschap als het verschaffen van wapens, materiaal of onderdak aan de vereniging, net als het oude artikel. Het oude artikel kende drie strafschalen (zes maanden tot vijf jaar, twee maanden tot drie jaar, een maand tot twee jaar) naargelang het geval van het vorige artikel; art. 404 stelt niveau 3 wanneer de vereniging misdrijven beoogt die strafbaar zijn vanaf niveau 5, en niveau 2 wanneer zij misdrijven beoogt die strafbaar zijn tot en met niveau 4.

Alle andere personen die van de vereniging deel uitmaken en zij die wetens en willens aan de bende of aan haar afdelingen wapens, munitie, werktuigen tot het plegen van misdaden, een onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats verschaffen, worden gestraft :

In het eerste geval van het vorige artikel, met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar;

In het tweede geval, met gevangenisstraf van twee maanden tot drie jaar;

En in het derde, met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar.

Oud art. 68 waarschijnlijk · 50%
De algemene deelnemingsvorm van wie er een gewoonte van maakt boosdoeners onderdak te verschaffen, is vervangen door zelfstandige misdrijven per context: onderdak aan een vereniging van misdadigers, aan een oproerige gewapende bende en aan samenspanners of aanslagplegers. De dader wordt niet langer als medeplichtige gestraft maar met een eigen straf van niveau 2 of 3, en het vereiste van een gewoonte vervalt.

Zij die, bekend met het misdadig gedrag van boosdoeners die roverijen plegen of gewelddaden tegen de veiligheid van de Staat, tegen de openbare rust, tegen personen of eigendommen, er een gewoonte van maken hun een onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats te verschaffen, worden als hun medeplichtigen gestraft.

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
2, 3 · gevangenisstraf van meer dan 3 jaar tot ten hoogste 5 jaar alle misdrijven van dit niveau
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-404

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 403Art. 405 →