Art. 404. Deelneming aan een vereniging van misdadigers niveau 3
Deelneming aan een vereniging van misdadigers is het opzettelijk:
1° deel uitmaken van een vereniging van misdadigers;
2° verschaffen van wapens, materiaal voor het plegen van misdrijven, onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats aan die vereniging of een deel ervan.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer de vereniging tot doel heeft misdrijven te plegen die strafbaar zijn met een straf van niveau 5 of van een hoger niveau .
Het wordt bestraft met een straf van niveau 2 wanneer de vereniging tot doel heeft misdrijven te plegen die strafbaar zijn met een straf van niveau 4 of van een lager niveau .
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 324 zeker · 88%Art. 404 dekt zowel het loutere lidmaatschap als het verschaffen van wapens, materiaal of onderdak aan de vereniging, net als het oude artikel, met een verlaagd strafniveau.
Alle andere personen die van de vereniging deel uitmaken en zij die wetens en willens aan de bende of aan haar afdelingen wapens, munitie, werktuigen tot het plegen van misdaden, een onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats verschaffen, worden gestraft :
In het eerste geval van het vorige artikel, met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar;
In het tweede geval, met gevangenisstraf van twee maanden tot drie jaar;
En in het derde, met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar.
Oud art. 68 waarschijnlijk · 50%De algemene deelnemingsvorm van wie er een gewoonte van maakt boosdoeners onderdak te verschaffen, is vervangen door zelfstandige misdrijven per context: onderdak aan een vereniging van misdadigers, aan een oproerige gewapende bende en aan samenspanners of aanslagplegers. De dader wordt niet langer als medeplichtige gestraft maar met een eigen straf van niveau 2 of 3, en het vereiste van een gewoonte vervalt.
Zij die, bekend met het misdadig gedrag van boosdoeners die roverijen plegen of gewelddaden tegen de veiligheid van de Staat, tegen de openbare rust, tegen personen of eigendommen, er een gewoonte van maken hun een onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats te verschaffen, worden als hun medeplichtigen gestraft.