Art. 476. Misbruik van vennootschapsgoederen niveau 3
Misbruik van vennootschapsgoederen is het met bedrieglijk opzet, door een bestuurder, in feite of in rechte, van een privaatrechtelijke rechtspersoon, rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik maken van de goederen of van het krediet van de rechtspersoon voor persoonlijke doeleinden, hoewel de dader wist dat dit op betekenisvolle wijze in het nadeel was van de vermogensbelangen van die rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of vennoten.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 492bis zeker · 88%Misbruik van vennootschapsgoederen door bestuurders is overgenomen in art. 476, dat de toepassing verruimt van vennootschappen en vzw's naar elke privaatrechtelijke rechtspersoon.
Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro worden gestraft de bestuurders, in feite of in rechte, van burgerlijke en handelsvennootschappen, alsook van verenigingen zonder winstoogmerk, die met bedrieglijk opzet en voor persoonlijke rechtstreekse of indirecte doeleinden gebruik hebben gemaakt van de goederen of van het krediet van de rechtspersoon, hoewel zij wisten dat zulks op betekenisvolle wijze in het nadeel was van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of vennoten.
De schuldigen kunnen daarenboven veroordeeld worden tot ontzetting van hun rechten overeenkomstig artikel 33.