Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 6. Misdrijven tegen de persoonlijke rust en de morele integriteitAfdeling 3. Laster en belediging

Art. 246. Bijzondere grond van onschendbaarheid

Vóór de rechtbank gesproken woorden of aan de rechtbank overlegde geschriften, geven geen aanleiding tot strafvervolging wanneer die woorden of die geschriften op de zaak of op de partijen betrekking hebben.

Lasterlijke of beledigende tenlasteleggingen die aan de zaak of aan de partijen vreemd zijn, kunnen aanleiding geven hetzij tot een strafvordering hetzij tot burgerlijke rechtsvordering van de partijen of van derden.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 452 zeker · 95%
De onschendbaarheid van voor de rechtbank gesproken woorden of overgelegde geschriften is vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 246.

Vóór de rechtbank gesproken woorden of aan de rechtbank overlegde geschriften, geven geen aanleiding tot strafvervolging wanneer die woorden of die geschriften op de zaak of op de partijen betrekking hebben.

Lasterlijke, beledigende of eerrovende tenlasteleggingen die aan de zaak of aan de partijen vreemd zijn kunnen aanleiding geven hetzij tot een strafvordering hetzij tot burgerlijke rechtvordering van de partijen of van derden.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-246

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 245Art. 247