Art. 481. Bedriegerij omtrent de waarde van de munt niveau 2
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.
Bedriegerij omtrent de waarde van de munt is het opzettelijk:
- aan een munt het voorkomen geven van een munt van grotere waarde;
- munten uitgeven waaraan het voorkomen is gegeven van munten van grotere waarde, of dergelijke munten in het land invoeren met het doel die daar in omloop te brengen;
- zich aanschaffen of ontvangen van munten waaraan het voorkomen is gegeven van munten van grotere waarde, met het doel die in omloop te brengen.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 2 bestaat uit een van de volgende straffen:
1° de gevangenisstraf van zes maanden tot ten hoogste drie jaar;
2° de behandeling onder vrijheidsberoving van zes maanden tot ten hoogste twee jaar;
3° de straf onder elektronisch toezicht van een maand tot ten hoogste een jaar;
4° de werkstraf van meer dan honderdtwintig uur tot ten hoogste driehonderd uur;
5° de probatiestraf van meer dan twaalf maanden tot ten hoogste twee jaar;
6° de veroordeling bij schuldigverklaring.
Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt de straf van niveau 2 vervangen door een van de straffen van niveau 1.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 497bis (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 497bis zeker · 85%Het zich aanschaffen of ontvangen van munten waaraan de schijn van munten van grotere waarde is gegeven, is overgenomen in art. 481 (derde streepje). Het oude artikel stelde gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en geldboete, met een eigen straf voor de poging; art. 481 stelt een straf van niveau 2 en herneemt de aparte pogingsregel niet.
Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro worden gestraft zij die munten waaraan de schijn is gegeven van munten van grotere waarde, ontvangen of zich aanschaffen met het doel die in omloop te brengen.
Poging wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro.
Oud art. 497 waarschijnlijk · 70%Het aan munten de schijn geven van een munt van grotere waarde en het uitgeven of invoeren ervan is overgenomen in art. 481; de derde gedraging (het uitgeven van ongemunt metaal als muntstuk) wordt door deze kandidaat niet duidelijk gedekt. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en geldboete; art. 481 stelt een straf van niveau 2.
Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro worden gestraft :
(Zij die met bedrieglijk opzet aan een in België of in het buitenland wettelijk gangbare munt de schijn geven of pogen te geven van een munt van grotere waarde;
Zij die munten uitgeven of pogen uit te geven, waaraan de schijn is gegeven van munten van grotere waarde, of zodanige munten in het land invoeren of pogen in te voeren met het doel die in omloop te brengen.)
Zij die stukken metaal zonder enige muntslag uitgeven of pogen uit te geven voor muntstukken.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.