Art. 426. Gemeenschappelijke bepaling
De bepalingen van afdeling 2 zijn zonder onderscheid van toepassing op de munten die reeds zijn uitgegeven en in omloop zijn gebracht als wettig betaalmiddel en op de munten die, hoewel zij bestemd zijn om in omloop te worden gebracht als wettig betaalmiddel, nog niet zijn uitgegeven.
De straffen waarin is voorzien voor de misdrijven betreffende de euro omschreven in afdeling 2 zijn van toepassing op dezelfde misdrijven gepleegd ten overstaan van de munt die niet wettelijk gangbaar meer is of waarvan de uitgifte niet meer toegelaten is ingevolge de introductie of de aanneming van de chartale euro.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 170bis zeker · 90%De regel dat de bepalingen zonder onderscheid gelden voor reeds uitgegeven en nog niet uitgegeven munten is vrijwel woordelijk overgenomen in art. 426.
De artikelen 160, 161, 162, 163, 168 en 169 zijn zonder onderscheid van toepassing op de munten die reeds zijn uitgegeven en in omloop zijn gebracht als wettig betaalmiddel en op de munten die, hoewel zij bestemd zijn om in omloop te worden gebracht als wettig betaalmiddel, nog niet zijn uitgegeven.
Oud art. 192bis zeker · 90%De toepasselijkheid van de eurostraffen op munten/bankbiljetten die niet langer wettig betaalmiddel zijn wegens de invoering van de euro is woordelijk overgenomen in art. 426.
De feiten gekwalificeerd als misdrijf betreffende de euro, zoals omschreven in de hoofdstukken I, II en III van deze titel, worden gestraft met de straffen voorzien in dezelfde bepalingen wanneer zij gepleegd zijn ten overstaan van de Belgische muntstukken of bankbiljetten of deze van een lidstaat van de Europese Unie, die niet wettelijk gangbaar meer zijn of waarvan de uitgifte niet meer toegelaten is ingevolge de introductie of de aanneming van de chartale euro.
Oud art. 177bis zeker · 85%De bepaling dat de valsheidsregels zonder onderscheid gelden voor reeds uitgegeven en nog niet uitgegeven betaalmiddelen is vrijwel woordelijk overgenomen in de gemeenschappelijke bepaling van art. 426.
De artikelen 173, 176 en 177 zijn zonder onderscheid van toepassing op de biljetten die reeds zijn uitgegeven en in omloop zijn gebracht als wettig betaalmiddel en op de biljetten die, hoewel zij bestemd zijn om in omloop te worden gebracht als wettig betaalmiddel, nog niet zijn uitgegeven.
Oud art. 213 waarschijnlijk · 50%Het vereiste van bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden bij het gebruik van valse zaken staat voor de munt, de zegels en de betaalinstrumenten in de gemeenschappelijke bepaling van artikel 426 en is voor de geschriften ingeschreven in artikel 451 zelf. Een overkoepelend artikel voor alle valsheidshoofdstukken bestaat niet meer.
De toepassing van de straffen, gesteld tegen hen die gebruik maken van de munten, effecten, rente- of dividendbewijzen, biljetten, niet contante betaalinstrumenten, zegels, stempels, merken, telegrammen en geschriften welke nagemaakt, valselijk opgemaakt of vervalst zijn, heeft slechts plaats voor zover die personen van de valse zaak gebruik maken met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden.