Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 7. Schendingen van de persoonlijke waardigheid en misbruik van de kwetsbare positie van het slachtofferAfdeling 3. Misbruik van prostitutie

Art. 270. Specifieke verboden en ontzettingen

In de gevallen bedoeld in dit hoofdstuk worden de schuldigen veroordeeld tot de ontzetting uit de rechten bedoeld in artikel 47, eerste lid.

Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen ten aanzien van de veroordeelde het verbod uitspreken om gedurende een jaar tot twintig jaar een drankgelegenheid, een bureau voor arbeidsbemiddeling, een onderneming die vertoningen organiseert, een zaak voor verhuur of verkoop van visuele dragers, een hotel, een bureau voor verhuur van kamers of appartementen, een reisbureau, een huwelijksbureau, een adoptie-instelling, een instelling waaraan de bewaring van minderjarigen wordt toevertrouwd, een bedrijf dat instaat voor het vervoer van leerlingen en jeugdgroepen, een gelegenheid voor ontspanning of vakantie, of een inrichting die lichaamsverzorging of psychologische begeleiding aanbiedt, hetzij persoonlijk, hetzij door bemiddeling van een tussenpersoon, uit te baten of er, in welke hoedanigheid ook, werkzaam te zijn, of een beroepsactiviteit of sociale activiteit verbonden aan het plegen van het misdrijf uit te oefenen.

Artikel 48, derde en vierde lid, is van toepassing op deze verboden.

Wijzigingen volgens Justel

(1) <W 2026-03-16/08, art. 52, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 433quater/6 zeker · 85%
Artikel 270 herneemt de ontzetting uit de rechten, nu die van artikel 47, eerste lid, en dezelfde lijst van inrichtingen die de veroordeelde gedurende een tot twintig jaar niet mag uitbaten. Nieuw is dat het verbod ook elke beroepsactiviteit of sociale activiteit verbonden aan het misdrijf kan omvatten en dat artikel 48, derde en vierde lid, de aanvang en de wijziging regelt.

Specifieke verboden

In de gevallen bedoeld in dit hoofdstuk worden de schuldigen veroordeeld tot de ontzetting van de rechten bedoeld in artikel 31, eerste lid.

Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen de veroordeelde voor de duur van een jaar tot twintig jaar verbieden een drankgelegenheid, een bureau voor arbeidsbemiddeling, een onderneming van vertoningen, een zaak voor verhuur of verkoop van visuele dragers, een hotel, een bureau voor verhuur van gemeubileerde kamers of appartementen, een reisbureau, een huwelijksbureau, een adoptie-instelling, een instelling waaraan de bewaring van minderjarigen wordt toevertrouwd, een bedrijf dat leerlingen en jeugdgroepen vervoert, een gelegenheid voor ontspanning of vakantie, of elke inrichting die lichaamsverzorging of psychologische begeleiding aanbiedt, hetzij persoonlijk, hetzij door bemiddeling van een tussenpersoon, uit te baten of er, in welke hoedanigheid ook, werkzaam te zijn.

De in dit artikel bedoelde verboden gaan in op de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de duur van de periode waarin de gevangenisstraf of de opsluiting wordt uitgevoerd, met uitzondering van de termijn voor vervroegde invrijheidstelling.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Verwijst naar
Art. 47 (boek I), Art. 48 (boek I)
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-270

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 269Art. 271