Art. 4
§ 1. De in artikel 3, 8°, c), d) en e), bedoelde personen die in de door de wet bepaalde gevallen wensen te worden geïnformeerd inzake de beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij of het naderhand toekennen van strafuitvoeringsmodaliteiten richten een schriftelijk verzoek aan de rechter voor de bescherming van de maatschappij.
De griffie zendt onverwijld een afschrift van het verzoek over aan het openbaar ministerie. Het openbaar ministerie geeft een advies binnen zeven dagen na de ontvangst van het afschrift.
§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde personen kunnen zich te allen tijde laten vertegenwoordigen of bijstaan door hun raadsman. Zij kunnen zich eveneens laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of van een door de Koning hiertoe erkende vereniging.
§ 3. Indien de rechter voor de bescherming van de maatschappij dit nuttig acht om te kunnen oordelen over het direct en legitiem belang, kan hij de verzoeker vragen om op een zitting hieromtrent verdere informatie te verstrekken. Deze zitting moet plaatsvinden ten laatste een maand na de ontvangst van het in paragraaf 1 bedoelde verzoek.
§ 4. De rechter voor de bescherming van de maatschappij oordeelt over het direct en legitiem belang binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek of, indien er een zitting heeft plaatsgevonden, binnen vijftien dagen nadat de zaak in beraad is genomen. De beslissing wordt schriftelijk meegedeeld aan de verzoeker of aan zijn advocaat en aan het openbaar ministerie.
§ 5. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.