Strafwetboek 2026
Beveiligingsmaatregel
TITEL III. De gerechtelijke fase van de beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappijHOOFDSTUK 1. Het forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek

Art. 5

§ 1. Een forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek tot het al dan niet uitspreken van een beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij kan worden bevolen indien:

- de rechter op basis van het strafdossier van oordeel is dat het feit dient te worden gestraft met een straf van niveau 4 of hoger en hij een bijkomende, facultatieve of verplichte terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank overweegt op te leggen of hij een verplichte terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank dient op te leggen; en

- hij op basis van het strafdossier elementen heeft om aan te nemen dat een persoon lijdt aan een ernstige psychiatrische aandoening die niet van die aard is dat zij het oordeelsvermogen of de controle over zijn daden teniet doet, maar die evenwel tot gevolg heeft dat er een voortdurend ernstig gevaar bestaat op het plegen van een nieuw misdrijf" en de woorden die de fysieke of psychische integriteit van derden ernstig aantast of bedreigt en die een straf van niveau 4 of hoger tot gevolg kan hebben.

§ 2. De aangestelde forensische psychiater dient in zijn deskundigenverslag minstens het volgende na te gaan:

1° of de persoon op het ogenblik van de feiten leed aan een ernstige psychiatrische aandoening waarvoor er vooralsnog geen voldoende effectieve behandeling bestaat die niet van die aard is dat zij het oordeelsvermogen of de controle over zijn daden teniet doet;

2° of het voortdurend ernstig gevaar bestaat dat de persoon ten gevolge van de ernstige psychiatrische aandoening, waar vooralsnog geen voldoende effectieve behandeling voor bestaat, in voorkomend geval in samenhang met andere risicofactoren, een nieuw misdrijf pleegt die de fysieke of psychische integriteit van derden ernstig aantast of bedreigt.

§ 3. Het forensisch psychiatrisch onderzoek wordt uitgevoerd onder de leiding en de verantwoordelijkheid van een deskundige, houder van de beroepstitel forensisch psychiater, die voldoet aan de voorwaarden welke zijn vastgesteld krachtens de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.

Het deskundigenonderzoek kan ook in college of met bijstand van andere gedragswetenschappers uitgevoerd worden, telkens onder leiding van voormelde deskundige.

§ 4. De deskundige maakt van zijn bevindingen een omstandig verslag op, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde modellen.

De bevelende instantie kan een actualisering van het deskundigenonderzoek vragen wanneer zij dit nodig acht.

De deskundige ontvangt een honorarium als bedoeld in artikel 5, § 5, van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering.

Wijzigingen volgens Justel

(1) <W 2026-03-30/01, art. 242, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

Aangehaald in
Art. 6, Art. 9, Art. 11, Art. 21
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
beveiligingsmaatregel-art-5

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 4Art. 6