Strafwetboek 2026
Beveiligingsmaatregel
TITEL III. De gerechtelijke fase van de beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappijHOOFDSTUK 1. Het forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek

Art. 8

§ 1. Na afloop van zijn werkzaamheden stuurt de deskundige zijn bevindingen, waarbij hij reeds een voorlopig advies voegt, ter lezing aan de advocaat van de verdachte en aan het openbaar ministerie. Tenzij de rechter vooraf een termijn heeft vastgesteld, bepaalt de deskundige, rekening houdend met de aard van de zaak, een redelijke termijn waarbinnen de advocaat van de verdachte zijn opmerkingen moet maken. Behoudens andersluidende beslissing van de rechter of door de deskundige in zijn voorlopig advies bedoelde bijzondere omstandigheden, bedraagt die termijn ten minste vijftien dagen.

De deskundige ontvangt de opmerkingen van de advocaat van de verdachte en desgevallend van zijn eigen deskundige vóór het verstrijken van deze termijn. De deskundige houdt geen rekening met de opmerkingen die hij na het verstrijken van deze termijn ontvangt.

§ 2. Het eindverslag wordt gedagtekend. Het bevat ook een opgave van de stukken en nota's die de advocaat van de verdachte aan de deskundigen heeft overhandigd en de opmerkingen hierop. Het verslag wordt door de deskundige ondertekend.

De handtekening van de deskundige wordt voorafgegaan door de volgende eed: "Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb.".

Op de dag van de neerlegging van het verslag zendt de deskundige, bij een ter post aangetekende brief of per mailcorrespondentie, een afschrift van het verslag aan de advocaat van de onderzochte persoon.

Het verslag van de deskundige is pas rechtsgeldig als het ondertekend is en de eed is afgelegd.

Aangehaald in
Art. 4, Art. 11, Art. 21, Art. 35
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
beveiligingsmaatregel-art-8

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 7Art. 9