Strafwetboek 2026
Beveiligingsmaatregel
TITEL IV. Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot een beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappijHOOFDSTUK 3. Bepaling van de uitvoeringsmodaliteiten van de beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij en van de bijhorende voorwaardenAfdeling I. De uitvoeringsmodaliteiten van de beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij

Art. 16

Aan de veroordeelde tot een beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij kunnen de in de artikelen 19, tweede lid, 20, 21, 23, 24, 25, en 28 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering bepaalde uitvoeringsmodaliteiten worden toegekend onder de in artikel 22, 26, respectievelijk 28 van dezelfde wet bedoelde voorwaarden, mits de gevaarsnotie voldoende is verminderd.

De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan bovendien slechts in het kader van het verder beheer van de beveiligingsmaatregel, beslissen tot een overplaatsing overeenkomstig artikel 19, tweede lid, van dezelfde wet, naar een inrichting bedoeld in artikel 3, 3°, c), of tot het toekennen van een uitvoeringsmodaliteit als bedoeld in artikel 25 van dezelfde wet indien deze een residentieel zorgtraject omvat dat wordt uitgevoerd in een inrichting bedoeld in artikel 3, 3°, c), indien uit een aanvullend forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek overeenkomstig artikel 21, tweede lid, blijkt dat er tegelijk is voldaan aan twee voorwaarden: er is alsnog een voldoende effectieve behandeling met het oog op een re-integratie in de samenleving mogelijk en de gevaarsnotie is voldoende verminderd.

Verwijst naar
Art. 19, Art. 22, Art. 26, Art. 3, Art. 21
Aangehaald in
Art. 10
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
beveiligingsmaatregel-art-16

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 15Art. 17