Strafwetboek 2026
Beveiligingsmaatregel
TITEL IV. Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot een beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappijHOOFDSTUK 3. Bepaling van de uitvoeringsmodaliteiten van de beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij en van de bijhorende voorwaardenAfdeling V. De definitieve opheffing van de beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij

Art. 26

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron. Laatst gewijzigd bij de wet van 30 maart 2026, volgens de noten van Justel.

De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan in het kader van lopende procedures ambtshalve of op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de veroordeelde, de definitieve opheffing bevelen indien de veroordeelde niet langer lijdt aan een ernstige psychiatrische aandoening zodat redelijkerwijze niet te vrezen valt dat hij een nieuw misdrijf pleegt die de fysieke of psychische integriteit van derden ernstig aantast of bedreigt.

Wijzigingen volgens Justel

(1) <W 2026-03-30/01, art. 246, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

Aangehaald in
Art. 16
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
beveiligingsmaatregel-art-26

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 25Art. 27 →