TITEL IV. Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot een beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappijHOOFDSTUK 3. Bepaling van de uitvoeringsmodaliteiten van de beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij en van de bijhorende voorwaardenAfdeling V. De definitieve opheffing van de beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij
Art. 26
De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan in het kader van lopende procedures ambtshalve of op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de veroordeelde, de definitieve opheffing bevelen indien de veroordeelde niet langer lijdt aan een ernstige psychiatrische aandoening zodat redelijkerwijze niet te vrezen valt dat hij een nieuw misdrijf pleegt die de fysieke of psychische integriteit van derden ernstig aantast of bedreigt.
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-30/01, art. 246, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2026>