Strafwetboek 2026
Beveiligingsmaatregel
TITEL IV. Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot een beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappijHOOFDSTUK 3. Bepaling van de uitvoeringsmodaliteiten van de beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij en van de bijhorende voorwaardenAfdeling II. Verder beheer van de beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij

Art. 17

§ 1. De directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, naargelang van de inrichting waar de veroordeelde verblijft, bezorgt op het tijdstip bepaald door de kamer voor de bescherming van de maatschappij een advies aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank, na de veroordeelde gehoord te hebben.

§ 2. Het advies van de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg omvat een geactualiseerd multidisciplinair psychosociaal-psychiatrisch verslag en een met redenen omkleed voorstel tot toekenning of afwijzing van de overplaatsing, en de in de artikelen 20, 21, 23 tot 25 en 28 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering bepaalde modaliteiten en, in voorkomend geval, de bijzondere voorwaarden die hij nodig acht op te leggen aan de veroordeelde. Indien dit nodig is voor het opstellen van zijn advies omtrent de toekenning van uitvoeringsmodaliteiten bedoeld in de artikelen 20, § 2, 1° en 3°, 21 en 23 tot 25 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering, kan de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg de bevoegde dienst van de gemeenschappen de opdracht geven een beknopt voorlichtingsverslag op te stellen of een maatschappelijke enquête uit te voeren, met het oog op het verkrijgen van noodzakelijke informatie over het onthaalmilieu waarin de uitvoeringsmodaliteit zal worden uitgevoerd. Hij brengt deze opdracht via het snelste, schriftelijk communicatiemiddel ter kennis van de bevoegde dienst van de gemeenschappen vergezeld van het dossier, voor zover deze dienst daar nog niet over beschikt, dat minstens de volgende documenten omvat: het afschrift van de vonnissen en arresten, de verslagen van het deskundigenonderzoek, het afschrift van de opsluitingsfiche en het uittreksel uit het strafregister.

Indien de betrokkene veroordeeld is voor de in de artikelen 134 tot 149, 151 tot 168, 170 tot 174, 177 tot 179, 183 voor zover de veroordeling inhoud van extreem pornografisch aard betreft, en 185 van het Strafwetboek bedoelde feiten, omvat het advies van de directeur of de verantwoordelijke van de zorg eveneens het met redenen omkleed advies dat een beoordeling van de noodzaak om een begeleiding of behandeling op te leggen omvat en dat opgesteld is door een dienst of persoon die gespecialiseerd is in de diagnostische expertise van seksuele delinquenten.

§ 3. Een afschrift van het advies van de directeur of van de verantwoordelijke voor de zorg wordt overgezonden aan het openbaar ministerie, aan de veroordeelde en aan zijn advocaat.

Wijzigingen volgens Justel

(1) <W 2026-03-30/01, art. 245, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

Verwijst naar
Art. 20
Aangehaald in
Art. 13
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
beveiligingsmaatregel-art-17

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 16Art. 18