Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 2. Foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandelingAfdeling 2. Onmenselijke behandeling

Art. 125. Intrafamiliale onmenselijke behandeling niveau 5

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.

De onmenselijke behandeling van een bloedverwant of aanverwant in de rechte opgaande of neerdalende lijn, een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad, een partner of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin van voornoemde personen wordt bestraft met een straf van niveau 4.

Indien de onmenselijke behandeling zoals gedefinieerd in het eerste lid een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt dit bestraft met een straf van niveau 5.

Strafniveau
4, 5 · gevangenisstraf van meer dan 10 jaar tot ten hoogste 15 jaar alle misdrijven van dit niveau
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-125

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 124Art. 126 →