Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 4. StraffenAfdeling 12. Opschorting en uitstel

Art. 65. Uitstel van de tenuitvoerlegging van de straffen

§ 1. Wanneer de rechter een straf oplegt die een straf van niveau 3 niet te boven gaat, kan hij bevelen dat de tenuitvoerlegging van de hoofdstraffen of bijkomende straffen die hij uitspreekt volledig of gedeeltelijk wordt uitgesteld.

De tenuitvoerlegging van de verbeurdverklaring, van de straf onder elektronisch toezicht, van de werkstraf, van de probatiestraf, van de behandeling onder vrijheidsberoving, van de verlengde opvolging , van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap of van een vervangende straf kan echter niet worden uitgesteld.

De duur van het uitstel mag niet minder dan een jaar en niet meer dan vijf jaar bedragen, met ingang van de dag waarop het vonnis of het arrest in kracht van gewijsde is getreden.

De rechter kan een gewoon uitstel bevelen of aan het uitstel probatievoorwaarden verbinden.

§ 2. In geval van probatie-uitstel verbindt de rechter aan het uitstel door hem bepaalde probatievoorwaarden, die hij in zijn uitspraak vermeldt, mits de beklaagde zich ertoe verbindt die voorwaarden na te leven.

Het probatie-uitstel impliceert de naleving van de volgende algemene voorwaarden:

1° geen misdrijven plegen;

2° een vast adres hebben en, bij wijziging ervan, het adres van zijn nieuwe verblijfplaats onmiddellijk meedelen aan de bevoegde dienst van de gemeenschappen die met de begeleiding is belast. In afwijking van de eerste zin en tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029, moet de veroordeelde natuurlijke persoon een vast adres hebben en, bij wijziging ervan, het adres van zijn nieuwe verblijfplaats onmiddellijk meedelen aan de bevoegde dienst van de gemeenschappen die met de begeleiding is belast;

3° gevolg geven aan de oproepingen van de strafuitvoeringsrechtbank en, in voorkomend geval, aan die van de bevoegde dienst van de gemeenschappen die met de begeleiding is belast. In afwijking van de eerste zin en tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029, moet de veroordeelde natuurlijke persoon gevolg geven aan de oproepingen van de probatiecommissie en, in voorkomend geval, aan de bevoegde dienst van de gemeenschappen die met de begeleiding is belast.

De bijzondere voorwaarden kunnen onder meer bestaan uit het volgen van een opleiding, een integratietraject richting de arbeidsmarkt of een ambulante behandeling.

§ 3. De strafuitvoeringsrechtbank kan, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de veroordeelde, de probatievoorwaarden geheel of ten dele opschorten, nader omschrijven of aanpassen aan de omstandigheden.

...

In afwijking van het eerste lid en tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029, is ten aanzien van de natuurlijke persoon de probatiecommissie bevoegd om de probatievoorwaarden geheel of ten dele op te schorten, nader te omschrijven of aan te passen aan de omstandigheden overeenkomstig artikel 13 van de wet tijdelijk kader strafuitvoering en ten aanzien van de rechtspersoon de strafuitvoeringsrechter, overeenkomstig artikel 37 van de wet houdende een tijdelijk kader inzake de uitvoering van de straffen.

§ 4. Het uitstel wordt herroepen indien bij een in kracht van gewijsde getreden beslissing wordt vastgesteld dat een nieuw misdrijf, gepleegd tijdens de proeftijd, een gevangenisstraf van meer dan achttien maanden zonder uitstel voor een natuurlijk persoon, of een geldboete van meer dan 180.000 euro zonder uitstel voor een rechtspersoon tot gevolg heeft gehad.

Het uitstel kan worden herroepen indien bij een in kracht van gewijsde getreden beslissing wordt vastgesteld dat een nieuw misdrijf, gepleegd tijdens de proeftijd, een gevangenisstraf zonder uitstel van ten hoogste achttien maanden voor een natuurlijk persoon, of een geldboete van meer dan 20.000 euro tot ten hoogste 180.000 euro zonder uitstel voor een rechtspersoon tot gevolg heeft gehad.

Het probatie-uitstel kan eveneens worden herroepen in geval van een andere ernstige niet-naleving van de algemene of bijzondere probatievoorwaarden.

Het uitstel en het probatie-uitstel kunnen ook worden herroepen indien diegene voor wie de maatregel is genomen wegens een overtreding van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer of van haar uitvoeringsbesluiten, gedurende de proeftijd een nieuw misdrijf heeft gepleegd dat veroordeling krachtens de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer tot gevolg heeft gehad. Dit geldt eveneens indien de maatregel tegelijkertijd is genomen wegens een overtreding van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer of van haar uitvoeringsbesluiten en wegens een overtreding van de artikelen 107, 107/1 of 218.

Wanneer het uitstel kan worden herroepen, doet de strafuitvoeringsrechtbank uitspraak over het verzoek tot herroeping ingediend door het openbaar ministerie. Het verzoek tot herroeping wegens ernstige niet-naleving van de probatievoorwaarden moet uiterlijk binnen een jaar na het verstrijken van de proeftijd van het uitstel worden ingesteld. Het verjaart drie jaar na de dag waarop zij bij de strafuitvoeringsrechtbank is aangebracht.

In afwijking van het vorige lid en tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029, doet de correctionele rechtbank of, in het geval bedoeld in het vierde lid, de politierechtbank, die het uitstel heeft uitgesproken, uitspraak wanneer het uitstel kan worden herroepen.

Wijzigingen volgens Justel

(1) <W 2026-03-16/08, art. 22, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

(2) <W 2026-03-30/02, art. 104, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

Verwijst naar
Art. 107 (boek II), Art. 107/1 (boek II), Art. 218 (boek II)
Aangehaald in
Art. 74
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-65

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 64Art. 66