Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 2. Foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandelingAfdeling 1. Foltering
Art. 117. Intrafamiliale foltering niveau 6
De foltering van een bloedverwant of aanverwant in de rechte opgaande of neerdalende lijn, een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad, een partner of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin van voornoemde personen wordt bestraft met een straf van niveau 5.
Indien de foltering zoals gedefinieerd in het eerste lid een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt dit misdrijf bestraft met een straf van niveau 6.