Art. 12
§ 1. De kamer voor de bescherming van de maatschappij behandelt de zaak op de eerste nuttige zitting na ontvangst van het advies van het openbaar ministerie. Deze zitting vindt plaats uiterlijk twee maanden na de ontvangst van het eindverslag van de deskundige. Indien geen advies van het openbaar ministerie wordt toegezonden binnen de bij artikel 11, § 2, bepaalde termijn, brengt het openbaar ministerie zijn advies mondeling uit op de zitting.
De veroordeelde en zijn advocaat worden bij aangetekende zending en de directeur schriftelijk in kennis gesteld van de dag, het uur en de plaats van de zitting.
§ 2. Het dossier wordt gedurende ten minste tien dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn advocaat op de griffie van de inrichting waar de veroordeelde zich bevindt. De veroordeelde en zijn advocaat kunnen, op verzoek, een afschrift van het dossier krijgen.
De kamer voor de bescherming van de maatschappij hoort de veroordeelde en zijn advocaat en het openbaar ministerie.
De veroordeelde verschijnt persoonlijk.
De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan beslissen eveneens andere personen te horen. De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan de behandeling van de zaak eenmalig uitstellen tot een latere zitting zonder dat die zitting meer dan twee maanden na het uitstel mag plaatsvinden.
De kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist binnen veertien dagen nadat de zaak in beraad is genomen.
Het vonnis wordt binnen een werkdag bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de betrokkene en zijn advocaat en het slachtoffer, en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en de directeur van de inrichting waar de veroordeelde zich bevindt.