Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 3. Dader van het misdrijfAfdeling 4. Gronden van niet-toerekeningsvatbaarheid

Art. 24. Gronden van niet-toerekeningsvatbaarheid

De gronden van niet-toerekeningsvatbaarheid zijn de in het tweede lid bedoelde omstandigheden waardoor de dader van het misdrijf niet strafrechtelijk verantwoordelijk is al blijft het stellen van de strafbaar gestelde gedraging wederrechtelijk en verwijtbaar.

De gronden van niet-toerekeningsvatbaarheid zijn:

1° de geestesstoornis;

2° de minderjarigheid.

Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-24

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 23Art. 25