Art. 28
§ 1. Het openbaar ministerie en de advocaat van de veroordeelde stellen het cassatieberoep in binnen een termijn van vijf dagen, te rekenen van de uitspraak van het vonnis.
De cassatiemiddelen worden voorgesteld in een memorie die op de griffie van het Hof van Cassatie moet toekomen ten laatste op de vijfde dag na de datum van het cassatieberoep.
De beroepen worden ingediend bij een verklaring ter griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.
§ 2. Het dossier wordt door de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank toegezonden aan de griffie van het Hof van Cassatie binnen achtenveertig uur, te rekenen van het instellen van het cassatieberoep.
§ 3. Het cassatieberoep tegen een beslissing tot toekenning van een modaliteit heeft schorsende kracht.
Het Hof van Cassatie doet uitspraak binnen dertig dagen, te rekenen van het instellen van het cassatieberoep, terwijl de tenuitvoerlegging van de beslissing inmiddels geschorst blijft.